Een voetganger heeft voorrang in vier situaties, waarbij de plicht steeds bij jou als bestuurder ligt. Je laat hem voorgaan:
- op een zebrapad, ook als hij nog niet loopt maar zichtbaar op het punt staat om over te steken
- als jij afslaat en hij op dezelfde weg rechtdoor loopt
- als jij een bijzondere manoeuvre uitvoert, zoals wegrijden, keren of een uitrit verlaten
- als hij zich moeilijk voortbeweegt of blind is en een witte stok met rode ringen bij zich heeft
De wet spreekt bij voetgangers niet van voorrang maar van voor laten gaan: voorrang verlenen bestaat in het RVV alleen tussen bestuurders. Daarbuiten ben je niet verplicht een voetganger voor te laten gaan, ook niet als hij van rechts komt. Je blijft wel opletten, want je mag niemand in gevaar brengen. Alleen bij een tram- of bushalte geldt nog een aparte regel. De regels staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel volgt de wettekst die sinds 1 juli 2026 geldt.
Wanneer moet je een voetganger voor laten gaan en wanneer niet?
Zoek in de tabel de situatie waarin je zit. In de derde kolom staat het artikel uit het RVV 1990 waar de regel op rust.
|
Situatie |
Wie gaat voor |
RVV 1990 |
|
Een voetganger steekt over op een zebrapad of wil dat zichtbaar gaan doen |
De voetganger |
Artikel 49 lid 2 |
|
Het voetgangerslicht bij het zebrapad staat op rood of knippert geel |
Je hoeft de voetganger niet voor te laten gaan |
Artikel 49 lid 4 en artikel 74 |
|
Jij slaat af, de voetganger loopt op dezelfde weg rechtdoor |
De voetganger |
Artikel 18 lid 1 |
|
Jij rijdt weg, rijdt achteruit, keert, verlaat een uitrit of rijdt een inrit op |
De voetganger |
Artikel 54 |
|
Iemand die zich moeilijk voortbeweegt of een blinde met een witte stok met rode ringen |
De voetganger, op elke plek |
Artikel 49 lid 1 |
|
Een voetganger komt van rechts op een gelijkwaardig kruispunt en jij rijdt rechtdoor |
Je hoeft de voetganger niet voor te laten gaan |
Artikel 15 lid 1 en artikel 1 (alleen tussen bestuurders) |
|
Je rijdt rechtdoor over haaientanden en een voetganger wil daar oversteken zonder zebrapad |
Je hoeft de voetganger niet voor te laten gaan |
Artikel 80 en artikel 1 (alleen tussen bestuurders) |
|
Passagiers stappen in of uit bij een stilstaande tram of bus die jij wilt voorbijrijden |
De passagiers |
Artikel 52 |
Op het zebrapad laat je voetgangers voorgaan
De wet noemt het zebrapad een voetgangersoversteekplaats. Volgens artikel 49 van het RVV 1990 laat je voetgangers voorgaan die daar oversteken of “kennelijk op het punt staan” dat te doen. Je wacht dus niet tot iemand een voet op de strepen zet, want wie zichtbaar wil oversteken gaat al voor. Dezelfde regel beschermt iemand in een gehandicaptenvoertuig die het zebrapad gebruikt.
Bij een voetgangerslicht ligt het anders. Staat dat licht op rood of knippert het geel, dan geldt de zebraregel niet (artikel 49 lid 4). Volgens artikel 74 mogen voetgangers bij rood niet meer beginnen met oversteken en loopt wie al onderweg is zo snel mogelijk door. Bij geel knipperlicht mogen ze oversteken als ze het overige verkeer voor laten gaan. Blinden en mensen die moeilijk lopen laat je ook dan voorgaan.
Een tram heeft in het verkeer een uitzonderlijke positie, maar bij het zebrapad niet: ook een trambestuurder laat voetgangers daar voorgaan (bron: ANWB, voorrangsregels).
Wanneer heeft een voetganger voorrang op een kruispunt?
Op een kruispunt zonder zebrapad hangt het antwoord af van wat jij doet.
Je slaat af
Sla je af, dan laat je volgens artikel 18 het verkeer voorgaan dat je op dezelfde weg tegemoetkomt of dat naast of dicht achter je zit. Onder dat verkeer vallen ook voetgangers. Het trottoir hoort bij de weg, waardoor de voetganger die rechtdoor loopt voorgaat op jou als afslaande bestuurder (bron: Veilig Verkeer Nederland).
Je rijdt rechtdoor
Artikel 15 regelt de voorrang voor verkeer van rechts alleen tussen bestuurders, en een voetganger is geen bestuurder. Is er geen oversteekplaats, dan ben je als bestuurder dus niet verplicht een voetganger voor te laten gaan (bron: ANWB, voorrang en voetgangers). Leer je voor het auto theorie-examen, onthoud dan dit verschil: een fietser is een bestuurder en gaat van rechts voor, een voetganger van rechts niet.
Bij haaientanden werkt het op dezelfde manier, want volgens artikel 80 verleen je daar voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Bord B6 gebruikt dezelfde woorden, waardoor een voetganger er niet onder valt. Ligt er bij de haaientanden een zebrapad, sla je er af of steekt er iemand met een blindenstok over, dan laat je de voetganger ook daar voorgaan.
Bij een bijzondere manoeuvre gaat al het verkeer voor
Volgens artikel 54 laat je het overige verkeer voorgaan zodra je een bijzondere manoeuvre uitvoert. Voetgangers horen bij dat overige verkeer. De wet noemt onder meer deze manoeuvres:
- wegrijden
- achteruitrijden
- uit een uitrit de weg oprijden
- van een weg een inrit oprijden
- keren
Kruis je bij het verlaten van een uitrit het trottoir, dan gaat de voetganger die daar loopt voor. Achteruit inparkeren valt ook onder deze regel, omdat je daarbij achteruitrijdt.
Blinden en mensen die moeilijk lopen gaan overal voor
Artikel 49 lid 1 stelt geen eis aan de plek. Je laat blinden met een witte stok met één of meer rode ringen voorgaan en ook alle personen die zich moeilijk voortbewegen. Een zebrapad is daar niet voor nodig. Steekt iemand met zo’n stok over op een weg zonder oversteekplaats, dan laat je hem voorgaan.
Bij een halte gaan passagiers voor, in een erf geldt geen aparte regel
Staat er een tram of bus stil en wil jij voorbijrijden aan de kant waar passagiers in- en uitstappen, dan geef je hun daarvoor volgens artikel 52 de gelegenheid.
In een erf mogen voetgangers de weg over de volle breedte gebruiken (artikel 44) en rijd jij niet sneller dan 15 km per uur (artikel 45). Een aparte voorrangsregel voor voetgangers kent het erf niet. Volgens de ANWB gelden in een woonerf de normale voorrangsregels.
Ook wie een fiets aan de hand heeft, is een voetganger
De regels voor voetgangers gelden volgens artikel 2 voor meer mensen dan alleen wandelaars:
- wie te voet een fiets, bromfiets of motorfiets aan de hand meevoert
- wie zich verplaatst met een voorwerp dat geen voertuig is
- wie met een gehandicaptenvoertuig het trottoir of voetpad gebruikt of van het ene naar het andere trottoir oversteekt
Stapt de fietser weer op, dan is hij opnieuw bestuurder en gelden voor hem de regels voor verkeer van rechts.
Eén vuistregel voor onderweg
Stel jezelf bij elke voetganger twee vragen. Gaat het om een zebrapad of om iemand die moeilijk loopt of een blindenstok heeft? Ben ik zelf aan het afslaan of bezig met een bijzondere manoeuvre? Eén keer ja betekent dat hij voorgaat. Dezelfde twee vragen gebruik je tijdens je rijexamen en bij de theorievragen over voetgangers.

